Het BTW-compensatiefonds afgeschaft: een beleidsdoorlichting (2010-2015)

In het vierde kwartaal 2016 heeft het kabinet een reactie toegezonden aan de Tweede Kamer over het rapport van het Ministerie van Financiën inzake de beleidsdoorlichting ‘Het BTW-compensatiefonds’. In dit artikel wordt de kabinetsreactie besproken.

Op 25 oktober 2016 heeft het kabinet haar reactie <klik hier> op het rapport <klik hier> toegestuurd aan de Tweede Kamer. Uit de reactie van het kabinet leiden wij het navolgende af:

1. Uit de beleidsdoorlichting van het BTW-compensatiefonds (hierna: bcf) in 2010 is geen direct verband gebleken tussen het bcf en het achterliggende doel, de doelmatigheidswinst. Daarom is in het regeerakkoord besloten het bcf af te schaffen;
2. Na overleg met gemeenten en provincies is gesloten het bcf niet af te schaffen, maar te maximeren door middel van het instellen van een plafond;
3. Het bcf met plafond heeft dezelfde budgettaire consequenties als het afschaffen van het bcf en legt de budgettaire gevolgen van extra btw-lasten terug bij decentrale overheden;
4. In het rapport worden de varianten besproken die dienen te leiden tot een besparing van 20% (575 mio).

Doelmatigheidswinst

De doelmatigheidswinst is nimmer als doel geformuleerd bij invoering van het bcf. Wel is de mogelijkheid onderkend dat een doelmatigheidswinst (destijds geduid als efficiencywinst) als positief neveneffect zich zou kunnen voordoen. Tezamen met een van te voren onderkend rentevoordeel (gemeenten behoeven de btw op investeringen niet voor te financieren) mochten deze voordelen volledig ten goede komen aan gemeenten. Dat het niet behalen van de doelmatigheidswinst het argument heeft gevormd om het bcf af te schaffen kan naar onze mening dan ook bezwaarlijk als een gerechtvaardigde grond dienen voor het afschaffen van het fonds.

In het rapport wordt nader ingegaan op het efficiëntievoordeel bij uitbesteding. De opstellers halen rapporten uit het buitenland aan, waaruit blijkt dat voordelen zijn te behalen. Hierbij wordt echter niet gerekend met de wijze waarop in Nederland de administratie is ingericht. Een gemeente administreert de kosten van het bestuur afzonderlijk en zal bij de vraag zelf doen of uitbesteden, met deze kosten geen rekening houden. Een bedrijf daarentegen heeft een integrale kostprijs plus winstopslag te rekenen. Een prijsvergelijk dat het bedrijfsleven niet eenvoudig kan winnen. Wat overeind blijft is de omstandigheid dat de btw geen rol meer speelt bij de afweging zelf doen of uitbesteden.

Bcf afgeschaft

Omdat het bcf in materiële zin is afgeschaft en de budgettaire gevolgen van de extra-btw-lasten terug worden gelegd bij de decentrale overheden, zou het in de lijn der verwachting liggen dat gemeenten hun fiscaal vertrekpunt weer gaan baseren op de periode van voor de invoering van het bcf (< 2003). Wij constateren dat dit echter niet het geval is en in sommige situaties zelfs praktische afspraken worden gemaakt c.q. in stand worden gehouden met de Belastingdienst bepaalde geldstromen in de heffing van btw te betrekken omdat de btw bij de afnemer mag worden gedeclareerd bij het bcf. Voorbeelden hiervan zijn bepaalde subsidierelaties als mede activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de Sociale Recherche. Wij kunnen ons zelfs voorstellen dat het intergemeentelijk handelen een belangrijke oorzaak is geweest dat de financiële omvang van het bcf is gaan groeien. En dat zou een verklaring kunnen zijn voor de in het rapport vermelde constatering dat ondanks de groei van het bcf door gemeenten niet meer diensten zijn uitbesteed aan de markt.

In de komende nieuwsbrieven zullen wij nader ingaan op onderdelen van het rapport beleidsdoorlichting “Het BTW-compensatiefonds”.

Wilt u meer weten over de effecten van het bcf kunt u contact op nemen met Henk Zuidersma of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.