Het bevorderen van het toerisme en de gemeentelijke toeristenbelasting

Het bevorderen van het toerisme en de gemeentelijke toeristenbelasting

Om vele redenen willen gemeenten het toerisme bevorderen, maar ondersteunt de vormgeving van de toeristenbelasting dit doel?

Casus

Aanleiding voor dit artikel vormt een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland <klik hier> over een geschil tussen een landelijke hostelsorganisatie en de Belastingdienst. De btw-ondernemer berekent wèl de toeristenbelasting door aan de overnachtende klant, maar doet dit zonder vermelding van de omschrijving toeristenbelasting op de factuur. Daarnaast hanteert de ondernemer een all-in prijs en als aan de klant een korting wordt verleend op de all-in prijs, wordt ook op de toeristenbelasting een korting verleend.

De rechtbank neemt in haar overweging mee het arrest van de Hoge Raad van 8 mei 1985. Hierin geeft de Hoge Raad aan dat toeristenbelasting als uitschot van belasting kan worden aangemerkt en daardoor buiten de heffing van btw kan blijven. Hiervoor is noodzakelijk dat:

1.    de toeristenbelasting door de ondernemer per overnachting verschuldigd is aan de gemeente; en
2.    de ondernemer de verschuldigde toeristenbelasting afzonderlijk op factuur vermeldt.

Hoe de toeristenbelasting – al dan niet als uitschot van belasting – invloed heeft op de consumentenprijs, laat onderstaand overzicht zien.

Omschrijving Wel uitschot Geen uitschot
Overnachtingsprijs hotel € 50,00 € 50,00
Toeristenbelasting €     2,00 € 2,00
6% BTW over € 50,00 € 3,00
6% btw over € 52,00 € 3,12
Consumentenprijs € 55,00 € 55,12

Zoals u kunt constateren gaat het om zeer marginale bedragen, maar de invloed op de consumentenprijs is er wel degelijk. Dat effect zal volgend jaar zelfs nog iets groter worden als het lage btw tarief van 6% stijgt naar 9%.

De Rijksoverheid meldt op haar website het volgende over de toeristenbelasting:
De hoogte van de toeristenbelasting verschilt per gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen of zij toeristenbelasting heffen en hoe zij het tarief berekenen. Bijvoorbeeld een vast bedrag per verblijf of een percentage per overnachtingprijs. Elke gemeente kan de hoogte regelen in een eigen verordening. De verordening kunt u opvragen of inzien bij de gemeente.

In het licht van deze omschrijving zou een gemeente die een vast percentage van de overnachtingsprijs oplegt, de ondernemer in de casus hebben geholpen. Alleen de omschrijving op de factuur ontbreekt dan nog.

Gemeentelijke praktijk

Gelet op de beleidsvrijheid van gemeenten kunnen wij ons ook voorstellen dat een forfaitair bedrag per verblijfseenheid wordt opgelegd, ongeacht het werkelijk aantal overnachtingen. In die situatie zorgt de vormgeving van de gemeentelijke toeristenbelasting ervoor dat de ondernemer niet de mogelijkheid heeft de toeristenbelasting als uitschot van belasting te behandelen. Als dan heeft de recreatieondernemer de toeristenbelasting als onderdeel van zijn totale vergoeding mee te nemen en dient hij over dat bedrag eveneens btw te berekenen. Hierdoor stijgt de consumentenprijs. Wilt u dus het toerisme in uw gemeente bevorderen en de prijsstelling laag houden voor de toerist, zorg dan voor een tariefstelling gebaseerd op een vast bedrag per overnachting of een vast percentage van de overnachtingsprijs. Een vast bedrag per jaar aan toeristenbelasting voor de totale accommodatie (hotel, camping en dergelijke) maakt het duurder voor de consument.

Maar als een vast bedrag per accommodatie ervoor zorgt dat de gemeente geen controle- of handhavingsonderzoeken hoeft in te stellen, kan het gemeentelijke tarief lager uitvallen en zal de consumentenprijs misschien toch nog gunstiger kunnen uitvallen. Het is in ieder geval verstandig bij het vaststellen van de gemeentelijke verordening na te denken over de gevolgen van de gemeentelijke keuze voor de recreatiebranche in uw gemeente.

Voor meer informatie, neem contact op met Henk Zuidersma of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.