Gemeenten en de commerciële sportbedrijven

Gemeenten en de commerciële sportbedrijven

Gemeenten en de commerciële sportbedrijven

De sportvrijstelling is per 1 januari 2019 gewijzigd maar commerciële sportorganisaties hebben van de Belastingdienst willen vernemen of zij buiten de sportvrijstelling bleven. Inmiddels is er meer duidelijkheid.

Inleiding

Uiteraard hebben deze organisaties belang bij het in de heffing van btw blijven van hun exploitaties. Daar gaan we in dit schrijven niet nader op in. Waar wij wel nader op ingaan is dat de Belastingdienst eindelijk na bijna twee jaar na het ingaan van de wijziging een standpunt kenbaar heeft gemaakt. Wat betekent de wijziging voor u als gemeente en is aan alle onzekerheid een einde gekomen?

Als eerste komt de vraag op: “Wat is het standpunt”.  Als wij de brieven van de sportorganisaties mogen geloven dan kwalificeren alle onder hen ressorterende dochterondernemingen als winstbeogend in de zin van artikel 11, lid 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968.  Dit is bijzonder want met zoveel dochters zou je evenzoveel oordelen/beoordelingen verwachten. Immers, er zal geen dochter het zelfde zijn.

Daarnaast worden in de brieven de argumenten van de Belastingdienst samengevat. Echter de brieven met het standpunt met bijbehorende fiscale onderbouwingen zijn geheim. Wel is duidelijk dat het standpunt tot stand is gekomen tussen deze sportorganisaties en het ministerie van Financiën. De geur van de achterkamer komt langzaam naar boven en wij vragen ons af hoe de gemeente zich moet verhouden tot die afspraken zonder de afspraken te kennen.

Gelukkig staat in de brief  van de Belastingdienst dat de wetgever aanvullende eisen heeft gesteld en dat daaraan moet zijn voldaan. Met name de eis van een integrale kostendekkende huurvergoeding welke door u als gemeente in rekening moet worden gebracht, doet de bodem wegslaan onder het standpunt dat alle dochters winstbeogend zijn. Het is namelijk een standpunt onder voorwaarden. Als de gemeenteraad een DAEB-besluit hiervoor heeft genomen, zal het ook diezelfde raad moeten zijn die eerst het DAEB-besluit intrekt alvorens een hogere huurvergoeding in rekening kan worden gebracht.

Exploitatiesubsidie/-bijdrage

Het is maar goed dat uit de samenvattende argumenten blijkt dat de Belastingdienst een oplossing lijkt te hebben gevonden door de zogenoemde exploitatiesubsidie/-bijdrage te kwalificeren als zijnde een vergoeding voor de beheer- en exploitatiekosten.  U mag  de bijdragen blijkbaar verhogen tot het gewenste niveau. Kasrondjes worden in veel situaties bestreden, maar nu lijkt het de oplossing te zijn. Mag de gemeente dan gerust zijn op deze oplossing? Waar moet zij met de btw op de exploitatiesubsidie/-bijdrage naar toe?  Compenseren of in mindering brengen van uw btw-aangifte?

Breinbreker

Verwerken in de btw-aangifte is lastig want de exploitatiebijdrage ziet op de dan mogelijk belaste verhuurde onroerende zaak die u tot de integrale kostprijs heeft verhoogd. Komt dan per saldo de huurvergoeding negatief uit en wordt alsnog niet voldaan aan de voorwaarde van de integrale kostendekkende huurvergoeding? Compensatie dan maar? Maar welke dienst neemt de gemeente dan af voor haar niet-ondernemersactiviteiten in het kader van de sportaccommodaties? Maar wacht eens, dezelfde Belastingdienst roept dat uw accommodatie niet btw-belast kan worden verhuurd voor het deel dat betrekking heeft op het bewegingsonderwijs. Hier begint dat bewuste kasrondje voor gemeenten pijn te doen. Als wij te somber zijn, zou de gemeente zijn bevoegde belastinginspecteur toch graag even de consequenties zoals geschetst door de sportorganisaties, laten bevestigen alvorens definitieve afspraken te maken met de commerciële sportorganisatie. Immers dit alles lijkt voort te vloeien uit een regeling tussen veronderstelde commerciële sportorganisaties  en een ministerie, waarbij toch niet geheel duidelijk is of de belangen van de gemeenten zijn gewogen. In het recente verleden zien we dat ook al bij de commotie rond afval.

Hoe nu verder?

Binnenkort kunt u als gemeente een gesprek tegemoet zien met een vertegenwoordiger van de commerciële sportorganisatie binnen uw gemeente. Deze zal u een aantal noodzakelijke stappen voorhouden. Wellicht is het verstandig uw adviseur daarbij uit te nodigen en de geschetste btw-consequenties te laten bevestigen door uw eigen belastinginspecteur alvorens tot aanpassing van contractuele verhoudingen over te gaan. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw adviseur of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl.