Geen VPB-aangifte en dan?!

Geen VPB-aangifte en dan?!

De Belastingdienst stuurt alle gemeenten een brief met de vraag of zij een aangiftebiljet vennootschapsbelasting willen ontvangen. Als sprake is van belastingplichtige activiteiten zal zonder meer aangifte moeten worden gedaan. Bij het ontbreken daarvan heeft de gemeente een keuze. Deze keuze is niet van belang ontbloot. De keuze heeft met name invloed op de duur van de aanslagtermijn.

Aanslagtermijnen

De wettelijke termijn voor het opleggen van een aanslag vennootschapsbelasting bedraagt drie jaar. Dat betekent dat een aanslag voor het jaar 2016 uiterlijk 31 december 2019 moet zijn opgelegd. Deze termijn wordt verlengd met het uitstel dat is verleend voor het indienen van de aangifte.

Als sprake is van een nieuw feit kan de Belastingdienst na die drie jaar nog navorderen. De navorderingstermijn bedraagt vijf jaar. Voor het jaar 2016 moet een navorderingsaanslag dus uiterlijk 31 december 2021 zijn opgelegd, te verlengen met het eventueel verleende uitstel voor het indienen van de aangifte.

Nieuw feit en het afzien van een aangiftebiljet

De Belastingdienst kan alleen navorderen als sprake is van een nieuw feit. Daarvan is sprake als het gaat om feiten die de inspecteur eerder niet bekend waren of bekend hadden kunnen zijn. Uitgangspunt is dat de Belastingdienst de feiten van een gemeente niet kent. Dient een gemeente geen aangiftebiljet in en heeft de gemeente ook overigens geen informatie verstrekt, dan zal in de regel snel sprake zijn van een nieuw feit. Het afzien van een aangiftebiljet opent zodoende de deur naar een aanslagtermijn van vijf jaar in plaats van drie jaar. Dat is twee jaar langer onzekerheid. Gemeenten kunnen zich afvragen of dit een gewenste situatie is.

Voorkomen van een lange aanslagtermijn

Een aanslagtermijn van vijf jaar kan worden voorkomen door de Belastingdienst bekend te maken met de feiten. Dat kan op twee manieren. De eerste is het indienen van een aangiftebiljet, ook al is er geen sprake van een belastingplicht. Dat laatste wordt dan in de aangifte vermeld. Het verdient aanbeveling het vakje aan te kruizen in de aangifte, waarin wordt verzocht om een bewuste standpuntbepaling. Eventueel kunnen de uitkomsten van de inventarisatie aan de inspecteur gezonden worden.

De tweede methode is dat alleen de uitkomsten van de inventarisatie aan de inspecteur worden voorgelegd, met het verzoek een standpunt in te nemen. Zeker de gemeenten die meedoen aan het Horizontale Toezicht mogen van de Belastingdienst een standpunt verwachten.

Staat u voor de keus of u een Vpb-aangifte wilt ontvangen en/of wilt weten welke mogelijkheden EFK Belastingadviseurs biedt op het gemeentelijke vpb-dossier (van lichte ondersteuning tot complete verzorging) neem dan zeker contact op met Henk Roosendaal of één van onze vpb-adviseurs of aangiftemedewerkers via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.