Forfaitaire of werkelijke kilometers

Forfaitaire of werkelijke kilometers

Forfaitaire of werkelijke kilometers

Eind december hebben weer veel werknemers gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun IKB om te ruilen voor een onbelaste reiskostenvergoeding. Veelal hebben zij dat gedaan op basis van 214 reisdagen. Is dat terecht?

Reeds sinds jaar en dag ruilen werknemers een deel van hun brutoloon om voor een onder de werkkostenregeling vallende gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding woon-werkverkeer van € 0,19 per kilometer. Voorheen gebeurde dat door middel van een cafetariasysteem, thans wordt hiervoor het IKB ingezet.

Voor de berekening van de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding wordt in de regel aangesloten bij de praktische regeling zoals neergelegd in onderdeel 4.2 van bijgevoegd besluit <klik hier>. Dit houdt in dat indien de werknemer ten minste 128 dagen per jaar van de woonplaats naar de arbeidsplaats reist het aantal reisdagen forfaitair wordt vastgesteld op 214 dagen. Hierbij dient wel een kanttekening te worden geplaatst. Het rekenen met 214 reisdagen is fiscaal uitsluitend toegestaan indien werkgever en werknemer een vaste reiskostenvergoeding zijn overeengekomen. Aangezien aan een vaste kostenvergoeding geen terugwerkende kracht kan worden toegekend, kan met 214  reisdagen eerst worden gerekend vanaf het moment dat een vaste reiskostenvergoeding is overeengekomen.

In de praktijk blijkt dat met 214 reisdagen ook wordt gerekend zonder dat partijen een vaste reiskostenvergoeding zijn overeengekomen, bijvoorbeeld door pas aan het einde van het jaar te kiezen voor de uitruil van het IKB voor de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding. Dit is voor de Belastingdienst niet acceptabel en zij gaat thans over tot het opleggen van naheffingsaanslagen loonheffingen ter zake, veelal over de gehele naheffingstermijn van vijf jaar. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het wel mogelijk is met terugwerkende kracht binnen het kalenderjaar de werkelijke kosten te vergoeden, met andere woorden: indien de werknemer kan aantonen in het jaar bijvoorbeeld 200 reisdagen woon-werkverkeer te hebben gemaakt kan hij over die 200 reisdagen uitruilen. In dat geval zal dus een eventuele correctie plaatsvinden over 214 minus 200 = 14 dagen. Onder de werkkostenregeling komen deze ten laste van de vrije ruimte, waarover de werkgever bij overschrijding 80% eindheffing verschuldigd is.

Wat te doen

Indien bij de uitruil gebruik wordt gemaakt van de 214 reisdagen en geen vaste reiskostenvergoeding is overeengekomen adviseren wij de gemeente dit zo snel mogelijk alsnog te doen. Voor nadere informatie kunt u ter zake desgewenst contact opnemen met de heer Ton van der Fits van ons kantoor (06 3611 8572) of met ons secretariaat (072 535 0525 of  info@efkbelastingadviseurs.nl) .