Evaluatie verhuurderheffing en heffingsvermindering

Evaluatie verhuurderheffing en heffingsvermindering

Op 31 januari 2017 is de wet tot wijziging van de ‘Wet maatregelen woningmarkt 2014 II’ naar aanleiding van de evaluatie van de verhuurderheffing aangenomen. Doel van de wetswijziging is binnen de heffing een heffingsvermindering te introduceren waarbij de totale omvang van de heffing overeind blijft.

De heffingsvermindering is een tijdelijke faciliteit. Men wil een versnelling van investeringen bereiken zonder dat de financiering van de faciliteit drukt op de gehele sector. Door de heffingsvermindering kan binnen de heffing rekening worden gehouden met omvangrijke maatschappelijk gewenste investeringen waarmee verhuurders worden geconfronteerd. De maatregelen zijn onder andere gericht op krimpgebieden die achterblijven bij de verwachtingen, het verlengen van de periode voor aanvragen van heffingsvermindering voor sloopwoningen, een vrijstelling voor woningen die van particulieren worden gekocht en daarna worden verhuurd, een heffingsvermindering voor goedkope huurwoningen en het verhogen van de heffingsvrije voet van 10 naar 50 woningen. Omdat de maatregelen heel specifiek zijn, is de uitwerking heel gedetailleerd. Het verhogen van de heffingsvrije voet heeft een positief effect op het aantal verhuurders dat heffing is verschuldigd. Naar verwachting zal sprake zijn van een halvering van het aantal heffingsplichtige verhuurders: van 3200 naar ongeveer 1600.

Behalve de wetwijziging is ook het Besluit vermindering verhuurderheffing 2014 aangepast. In het besluit worden nadere regels gesteld rond de vrijstelling voor in krimpgebieden aangekochte woningen die deel uitmaken van een herstructureringsplan. Ook worden de bedragen van de vermindering verhuurderheffing aangepast om aan te sluiten bij de gewijzigde bedragen in de wet.

De faciliteit leidt tot een verlies aan opbrengsten van de verhuurderheffing. Om de bijdrage aan de schatkist gelijk te houden, wordt dit binnen de heffing opgevangen door het verhogen van het heffingstarief.

In de gemeentelijke praktijk zijn de maatregelen van belang voor gemeenten met een eigen woningbedrijf. Ook voor andere gemeenten kan de wetswijziging interessant zijn, met name omdat er een vrijstelling wordt geïntroduceerd voor woningen die krachtens de Erfgoedwet als rijksmonument zijn aangewezen en door de verhoging van de heffingsvrije voet. Want ook gemeenten met een heel klein woningbezit, vanaf 10 woningen, zijn belastingplichtige voor de verhuurderheffing. Voor gemeenten met een klein woningbezit is het zinvol te kijken of het bezit maximaal 50 woningen omvat; in dat geval gaat de belastingplicht vervallen. En dit scheelt weer in de administratieve lasten.

Wilt u meer weten over de verhuurderheffing, neemt u dan contact op met uw adviseur via info@efkbelastingadviseurs.nl of 072 5350525.