Duurzaamheid en fiscaliteit

Duurzaamheid en fiscaliteit

Het begrip “Duurzaamheid” is inmiddels het stadium van een modewoord voorbij. In veel gemeenten wordt niet alleen algemeen beleid ontwikkeld, maar worden ook concreet stappen gezet het Energieakkoord daadwerkelijk te ondersteunen en te komen tot CO2-reductie. In welke mate hebben fiscale wetten een negatieve dan wel positieve impact op de stappen en hebben gemeenten daarmee rekening te houden?

Duurzaamheid

Ook al is het geen modewoord meer, een containerbegrip is het nog altijd. Duurzaamheid heeft raakvlakken met de fiscaliteit. Welke Rijksbelastingwet van toepassing is, is altijd afhankelijk van de feiten en omstandigheden. De navolgende Rijksbelastingwetten kunnen van invloed zijn:

  • Wet op de omzetbelasting 1968;
  • Wet op de Vennootschapsbelasting 1969;
  • Invorderingswet 1990 (ketenaansprakelijkheid);
  • Wet belastingen op milieugrondslag (energiebelasting).

Daarnaast kan de financieringswet BTW-compensatiefonds in sommige situaties een rol spelen.

Hierna treft u slechts een beperkt aantal willekeurige gemeentelijke voorbeelden aan over stappen die in het kader van duurzaamheid kunnen worden gezet. Het spreekt voor zich dat zich in de praktijk vele andere gevallen zullen voordoen.

Een gemeente wil zoveel mogelijk haar eigen (maatschappelijk) vastgoed voorzien van zonnepanelen en isolatie. Stelt zij in het kader van een btw-vrijgestelde huurrelatie als verhuurder de zonnepanelen ter beschikking aan de huurder, zal aftrek van btw op de aanschaf van de panelen niet zondermeer tot stand kunnen worden gebracht.

Besluit de gemeente de zonnepanelen zelf te gaan exploiteren door de opgewekte energie direct aan de huurders te gaan leveren, zal aftrek van btw wèl mogelijk zijn. Daarbij komt dan echter de vennootschapsbelasting om de hoek kijken met bijzondere afschrijvingsregiems (EIA, MIA, VAMIL en KIA). Dit zal niet anders zijn als de gemeente besluit deze activiteit in een afzonderlijk rechtspersoon onder te brengen. In beide situaties zal tevens de energiebelasting een rol spelen.

Als het nemen van maatregelen op het gebied van isolatie inhoudt dat een extra schil om het gebouw wordt geplaatst, kan het uiterlijk van het vastgoed zodanig veranderen dat mogelijk sprake is van een nieuw vervaardigde onroerende zaak. Weliswaar is de btw-integratieheffing niet meer van toepassing, maar een levering binnen twee jaar na ingebruikneming van het vastgoed leidt tot een btw-belaste levering.

Als het aanbrengen van de nieuw jas op basis van een aannemingsovereenkomst wordt uitgevoerd en de aannemer gaat failliet, kan de gemeente in bepaalde situaties als eigenbouwer aansprakelijk worden gesteld voor niet afgedragen loonheffingen in de gehele keten. Hiermee zal in de contractvorming rekening kunnen worden gehouden.

De btw ter zake van het vervangen van bestaande verlichting door LED-lampen bij gemeentelijke fietspaden zal via het BTW-compensatiefonds kunnen worden verrekend. Bij een gemeentelijk zwembad is aftrek voorbelasting van toepassing en voor scholen geldt weer een ander btw-regime.

Subsidie

Soms zal een gemeente niet zelf kosten dragen, maar zullen derden de kosten in eerste aanleg maken. Als de gemeente het subsidie-instrument wil inzetten, is het noodzakelijk dat zij de gemeentelijke subsidieverordening hierop heeft aangepast.

Samenwerking met marktpartijen

De meest voorkomende samenwerkingsvormen zien veelal op het plaatsen van zonnepanelen of het realiseren van zogenoemde WKO-installaties. Hierbij is niet alleen van belang wie het eigendom van de onroerende zaak heeft, maar ook wie eigenaar is van de zonnepanelen of de WKO-installatie. Deze kunnen bijvoorbeeld worden ondergebracht bij een zogenoemde Energy service company (Esco). Naast het ontzorgingselement kan een Esco in voorkomende gevallen ook een btw-besparing tot stand brengen.

Conclusie

Uit de diverse voorbeelden blijkt dat de feiten en omstandigheden, waaronder begrepen de contractuele relaties met een of meerdere derden, zo divers kunnen zijn dat voor de fiscaliteit geen rode draad is te onderkennen, behalve dat de fiscaliteit is verbonden aan de werkzaamheden. Daarom is het belangrijk van geval tot geval te onderzoeken – gegeven de wens tot verduurzaming – wat fiscaal voor de gemeente de beste en minst risicovolle oplossing is.

Wilt u weten in welke mate uw duurzaamheidsactiviteiten op investerings- of samenwerkingsniveau worden ‘getroffen’ door de fiscaliteit, neem contact op met uw EFK Belastingadviseur via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.