Detachering en Loonheffingen

Detachering en Loonheffingen

Onder detacheren wordt verstaan een situatie waarin een werkgever een werknemer ter beschikking stelt aan een andere werkgever, waarbij die werknemer onder toezicht of leiding van die andere werkgever arbeid verricht.

Detacheren heeft gevolgen voor de loonheffingen, welke hierna kort zullen worden besproken. Van detacheren is geen sprake indien een overtollige werknemer door een ander overheidslichaam wordt overgenomen, waarbij de loonkosten gedurende een zekere periode nog voor rekening van het overdragende overheidslichaam komen.

Gedetacheerde arbeidskracht blijft werknemer van uitlenend overheidslichaam

Op basis van de Wet op de loonheffingen 1964 (hierna: Wet LB) is een werknemer de natuurlijke persoon die tot een inhoudingsplichtige (werkgever) in privaat- of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. Van een privaat- of publiekrechtelijke dienstbetrekking is sprake indien cumulatief aan de volgende criteria wordt voldaan:

  • De werknemer is verplicht om voor de werkgever arbeid te verrichten;
  • De werkgever is verplicht om de werknemer voor het werk te betalen; en
  • Tussen de werkgever en de werknemer bestaat een gezagsverhouding.

Van een gezagsverhouding is sprake indien de werkgever het recht heeft opdrachten en aanwijzingen te geven aan de werknemer, bijvoorbeeld over hoe het werk moet worden gedaan. De werknemer is verplicht zich aan deze opdrachten en aanwijzingen te houden.

De kern van detacheren is dus dat niet de formele werkgever (uitlener), maar materiële werkgever (de inlener) de leiding en het toezicht uitoefent op de door de gedetacheerde arbeidskracht uitgevoerde werkzaamheden en dat niet de materiële werkgever (de inlener), maar de formele werkgever (uitlener) de verplichting heeft om de gedetacheerde arbeidskracht hiervoor te betalen. De consequentie hiervan is dat de gedetacheerde arbeidskracht op basis van bovengenoemde criteria noch werknemer zou zijn van de uitlener (geen gezagsverhouding), noch van de inlener (geen verplichting loon te betalen). Dit is natuurlijk niet de bedoeling.

Om dit te voorkomen is in het Uitvoeringsbesluit loonheffingen 1965 een fictieve dienstbetrekking opgenomen, inhoudende dat als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die door tussenkomst van degene tot wie de arbeidsverhouding bestaat (uitlener) persoonlijk arbeid verricht ten behoeve van een derde (inlener). Door de fictieve dienstbetrekking blijft de gedetacheerde arbeidskracht werknemer van het uitlenende overheidslichaam, de formele werkgever.

Loon van gedetacheerde arbeidskracht onder de werkkostenregeling

Het uitlenende overheidslichaam blijft dus werkgever en inhoudingsplichtig met betrekking tot het aan de gedetacheerde werknemer betaalde loon. Vergoedingen en verstrekkingen gedaan aan de gedetacheerde arbeidskracht door het uitlenende overheidslichaam vallen onder de werkkostenregeling van het uitlenende overheidslichaam.

Dit geldt ook voor de door de inlener aan de gedetacheerde arbeidskracht betaalde vergoedingen en verstrekkingen. In de Wet LB zijn namelijk regels opgenomen met betrekking tot de inhoudingsplicht ter zake van het loon dat een werknemer geniet van een derde. Bepaald is dat ingeval de in te houden loonheffingen mede afhankelijk is van het loon dat is verstrekt of geacht wordt te zijn verstrekt door een derde, die derde de van belang zijnde gegevens waaronder het burgerservicenummer van de werknemer schriftelijk aan de inhoudingsplichtige dient mede te delen. Aangezien onder de werkkostenregeling vergoedingen en verstrekkingen tot het loon worden gerekend, dient de inlener de uitlener te informeren over aan de gedetacheerde arbeidskracht betaalde vergoedingen (bijvoorbeeld reiskosten) en verstrekkingen (bijvoorbeeld iPad). De uitlener kan deze vergoedingen en verstrekkingen dan aanwijzen als eindheffingsloon, waardoor deze onder de gerichte vrijstelling onbelast zijn. Het is verstandig om de voor rekening van de inlener komende vergoedingen en verstrekkingen op te nemen in de detacheringsovereenkomst.

Ook kan het zijn (bijvoorbeeld bij het verstrekken van een kerstpakket) dat de inlener ervoor kiest om de belastingheffing voor haar rekening te nemen. Ook hierover dient de inlener de uitlener te informeren.

Inlenersaansprakelijkheid inlener

Ingeval een werknemer met instandhouding van de dienstbetrekking met zijn formele werkgever door deze aan een inlener ter beschikking wordt gesteld om onder leiding en toezicht van de inlener werkzaamheden te verrichten, kan de inlener op basis van de inlenersaansprakelijkheid door de Belastingdienst aansprakelijk worden gesteld indien de formele werkgever niet voldoet aan zijn financiële verplichtingen jegens de Belastingdienst.

Aangezien de formele werkgever altijd een overheidsinstelling is, zal de inlenersaansprakelijkheid niet snel aan de orde zijn en blijft deze verder onbesproken.

Gemeentelijke praktijk

Allereerst is van belang vast te stellen of sprake is van detachering dan wel van een situatie waarin de werknemer door een ander overheidslichaam wordt overgenomen. Ingeval van detachering blijft de formele werkgever de inhoudingsplichtige. De materiële werkgever dient de formele werkgever te informeren over aan de gedetacheerde werknemer betaalde vergoedingen en verstrekkingen voor een correcte behandeling van de werkkostenregeling.

Wilt u meer weten over loonheffingen en het detacheren van werknemers, neemt u dan contact op met Ton van der Fits of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.