De waarde in het economische verkeer van schulden en de relatie tot de waardering van de grondvoorraad

De waarde in het economische verkeer van schulden en de relatie tot de waardering van de grondvoorraad

Op 11 mei 2017 heeft de SVLO een Notitie Openingsbalans gepubliceerd <klik hier>. De SVLO gebruikt veel tekst de problematiek rond waardering voor een openingsbalans uit te leggen. Om er, volledige terecht, aan toe te voegen dat de notitie een algemene inlichting/voorlichting betreft. Dit betekent dat de belastingplichtige zich er niet op kan beroepen.

De waardering van schulden lijkt te leiden tot enige tegenspraak met de eerdere notities over waardering van grondexploitaties.

De SVLO meldt : “….Alle bezittingen en schulden die tot aan de (waarde)peildatum tot de vrijgestelde of onbelaste sfeer werden gerekend, komen tegen de waarde in het economische verkeer op de fiscale openingsbalans van de overheidsonderneming….”

Een gesimplificeerd voorbeeld voor schulden ziet er als volgt uit:
De gemeente heeft in het verleden € 100 geleend met een rentepercentage van 5%. De lening loopt af op 31-12-2016. Op 1-1-2016 bedraagt de marktrente 1%. Op de openingsbalans waardeert men de lening tegen € 104. De aflossing komt in mindering van de fiscale schuld evenals 4% van de rente (afboeken van het agio). Slecht 1% kan in aftrek worden gebracht.

Deze benadering is fiscaal juist, maar staat op gespannen voet met het waarderingsmodel voor grond dat anderhalf jaar geleden door de SVLO is gepubliceerd. In dit model wordt de gemeente geacht de kasstromen te waarderen met gebruikmaking van het werkelijke rentepercentage dat wordt betaald. Dus naarmate de gemeente een hogere rente betaalt, stijgt het rentepercentage en daalt de waarde van de grondvoorraad. De gemeente uit het gestileerde voorbeeld zal 5% moeten hanteren.

Het lijkt vreemd om bij de waardering van de actiefzijde van de balans uit te gaan van de hogere werkelijke rente en bij de waardering van de passiefzijde van de marktrente. Ofwel alles wordt gewaardeerd tegen de marktrente, ofwel de werkelijke rente voor beide posten wordt gehanteerd.

De combinatie zoals nu in de SVLO-notities staat, leidt voor gemeenten met externe financiering bijna zonder uitzondering tot een voorzienbaar nadelige waardering. Wij achten deze nadelige insteek niet houdbaar en is in uw geval sprake van externe financiering, neemt u dan contact met één van onze VPB-specialisten.