De symbolische vergoeding

De symbolische vergoeding

De verkoop van een versnapering bij het tankstation voor € 1 is een reële vergoeding, maar hetzelfde bedrag voor een vastgoed transactie wordt als een symbolische vergoeding gezien. De Advocaat-Generaal onderzoekt de symbolische vergoeding, omdat de staatssecretaris van Financiën dit in zijn beroep in cassatie betreffende de ‘schoolstrijd’ oproept. Wat is de uitslag van haar onderzoek?

De casus

De btw-vriendelijke structuur inzake de levering van een schoolgebouw door de gemeente Hardinxveld-Giessendam (hierna: de gemeente) aan een schoolbestuur ligt voor de tweede maal ter beoordeling bij de Hoge Raad. In deze structuur is een zeer lage (btw-belaste) vergoeding overeengekomen, waarbij de gemeente alle aan haar in rekening gebrachte btw op aangifte wenst te verrekenen. De staatssecretaris neemt het standpunt in dat sprake is van een symbolische vergoeding, waardoor de prestatie niet onder de werking van de btw-wetgeving wordt uitgevoerd en naar zijn mening geen recht bestaat op aftrek van btw.

De conclusie

In haar conclusie <klik hier> analyseert de Advocaat-Generaal (AG) de Europese en nationale rechtspraak. Wie zoekt naar de relatieve of absolute ondergrens van de symbolisch vergoeding doet dit tevergeefs. Het is niet terug te vinden in haar conclusie. Zij geeft daarvoor zelf ook de reden. De symbolische vergoeding komt volgens haar met name voor in de privé/hobbysfeer. Daarnaast denkt zij aan prestaties die worden verricht tegen de spreekwoordelijke vergoeding van één euro en vergelijkbare extreem lage vergoedingen. Waar de ondergrens precies ligt, valt ook voor de AG moeilijk te bepalen.

De reden dat dit zo moeilijk is, is verbonden aan het subjectief vergoedingsbegrip zoals dat in de btw-wetgeving wordt gehanteerd. Elke vergoeding die tussen twee onafhankelijke partijen wordt overeengekomen voldoet in beginsel aan de kwalificatie ‘bezwarende titel’. Daarbij mag niet worden gekeken naar hetgeen onafhankelijke partijen als normaal te achten prijs plegen af te spreken. Ook dient het oogmerk of het resultaat van de handeling buiten beschouwing te blijven.

De mogelijkheid wordt onderkend dat het Hof van Justitie in de zaak van het leerlingenvervoer in de Gemeente Borsele nieuw licht zal werpen op het begrip symbolische vergoeding. Zij adviseert de Hoge Raad dit arrest af te wachten alvorens in de onderhavige zaak arrest te wijzen. Maar als het leerlingenvervoer geen relevante overwegingen oplevert, concludeert zij dat de Hoge Raad het beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond kan verklaren. Dit betekent dat de levering van een onroerende zaak tegen 10% van de stichtingskosten een btw-relevante levering is en recht geeft op aftrek van btw.

De gemeentelijke praktijk

Het btw-vriendelijke model voor onderwijshuisvesting heeft de aanvallen van schijnhandeling, misbruik van recht en waarschijnlijk ook symbolische vergoeding doorstaan. Een vergoeding van € 1 voor vastgoedtransacties is een symbolische vergoeding en blijft daardoor per definitie buiten de heffing van btw. Maar het punt waarop de symbolische vergoeding overgaat naar een btw-relevante vergoeding is niet aan te geven. Wij weten in ieder geval wel dat het punt gelegen is beneden 10% van de stichtingskosten.

Wil u weten of in uw situatie sprake is van wel of geen symbolische vergoeding en welke effecten dit heeft op de aan u in rekening gebrachte btw, neem contact op met Henk Zuidersma of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.