De naheffingsaanslag parkeerbelasting en btw; een update

De rechtbank Gelderland heeft geconcludeerd dat een gemeente een factuur met btw dient uit te reiken op het moment dat zij een naheffingsaanslag parkeerbelasting oplegt. Recente Haagse rechtspraak plaatst dit Gelders oordeel in een totaal ander daglicht.

Algemeen

In Nederland wordt aangenomen dat als een gemeente gebruik maakt van overheidsprerogatieven, zij optreedt als overheid. Een voorbeeld  daarvan is het door een gemeente geven van gelegenheid tot parkeren op en langs de openbare weg. In het recente verleden is een aantal gemeenten desondanks geconfronteerd met bezwaar- en beroepschriften tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting, waarin  wordt gesteld dat de gemeente verplicht is over te gaan tot het uitreiken van een btw-factuur. De achterliggende gedachte is dat de gemeente, beoordeeld naar Europees btw-recht, optreedt als btw-ondernemer. Gemeend wordt dat de gemeente bij het handelen als overheid volgens de btw-richtlijn  desondanks het werkingsgebied van de btw wordt ingetrokken als sprake is van verstoring van de mededinging van enige betekenis. De belanghebbende/parkeerders menen dat de gemeente in feite in concurrentie treedt met exploitanten van parkeergelegenheid ‘achter de slagboom’. In een beleidsbesluit <klik hier> heeft de staatssecretaris van Financiën overigens  het standpunt onderschreven dat de gemeente hiervoor optreedt als overheid.

In de hierna besproken rechterlijke procedures staat vast dat de belastingplichtige een ondernemer is in de zin van de btw, heeft geparkeerd in het kader van zijn ondernemerschap en daarom deels of geheel btw-aftrekrecht zou hebben indien hem een btw-factuur zou zijn uitgereikt. Verder is van belang dat de belastingplichtige in bezwaar en beroep niet vraagt om vermindering van de naheffingsaanslag als zodanig, maar om het uitreiken van een btw-factuur.

De procedures

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden <klik hier> beslist in mei 2016 dat het bezwaar en beroep van de belanghebbende ontvankelijk was, maar wijst de gronden van het beroep af. Volgens het hof is geen sprake van concurrentievervalsing, omdat bij parkeren “op en langs de openbare weg”  en “achter de slagboom” geen sprake is van soortgelijke prestaties. Tegen de uitspraak van het hof is beroep in cassatie ingesteld.

In een soortgelijke zaak beslist Rechtbank Gelderland <klik hier> in november 2016 dat het beroep van belanghebbende gegrond is. Volgens de rechtbank is sprake van het verstoren van de concurrentieverhoudingen van enige betekenis. De rechtbank beslist dat de inspecteur een factuur met btw dient uit te reiken. Daarbij is volgens de rechtbank zowel over de parkeerbelasting als over de kosten van de naheffingsaanslag 21% btw verschuldigd. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep ingesteld.

Op 18 juli 2017 heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage <klik hier> een uitspraak gedaan in een parkeerbelastingzaak. Hier vordert  de belastingplichtige in beroep (voor het eerst) dat hem een btw-factuur zal worden uitgereikt. De belastingplichtige verwijst daarbij naar de uitspraak van Rechtbank Gelderland. Het hof beslist dat de belanghebbende niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van een belang en past daarmee de ‘geen-belang’-jurisprudentie toe. Het is vaste rechtspraak dat een belastingplichtige alleen ontvankelijk is in zijn bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie als het  aanwenden van het rechtsmiddel hem in een ‘betere positie’ kan brengen. Dit met betrekking tot het bestreden besluit en eventueel bijkomende beslissingen over griffierecht, proceskostenvergoeding of immateriële schadevergoeding. Een verzoek om uitreiking van een factuur kan – zo stelt het hof – niet als een belang bij een  bijkomende beslissing worden aangemerkt. De belastingplichtige heeft immers een buiten de naheffingsaanslag parkeerbelasting gelegen belang, namelijk het creëren van een recht op aftrek van omzetbelasting.

De gemeentelijke praktijk

Op dit moment liggen dankzij de beslissingen van de lagere rechters dus drie uitkomsten voor. Zodra de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan in het cassatieberoep tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zal duidelijk zijn wat rechtens is inzake het verzoek om uitreiking van een factuur. Een van de taken van de Hoge Raad is namelijk het waarborgen en bewaken van de rechtseenheid. Wij houden u uiteraard over de verdere ontwikkelingen op het snijvlak van parkeerbelasting en btw op de hoogte via onze nieuwsbrieven. Zolang deze nog geen uitspraak heeft gedaan, adviseren wij u geen facturen met btw te versturen ook als de (parkeer)belastingplichtige u daarom verzoekt.

Voor verdere informatie kunt u terecht bij Mike Pot, uw EFK adviseur of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail aan info@efkbelastingadviseurs.nl.