De koepelvrijstelling bestaat nog steeds

De koepelvrijstelling bestaat nog steeds

De koepelvrijstelling bestaat nog steeds

Met enige regelmaat verschijnen in de rechtspraak uitspraken over de koepelvrijstelling. In het algemeen zijn het samenwerkingsverbanden die hun prestaties onder de werking van de vrijstelling willen laten vallen, maar zijn het de Belastingeenheden die dit niet willen toestaan. Hoe dit afloopt?

Casus

De rechtbank te Den Haag heeft een oordeel te geven over het bezwaar tegen twee naheffingsaanslagen omzetbelasting (2017 en 2018) en een afwijzing van het bezwaar tegen eigen aangifte eerste kwartaal 2019. Het samenwerkingsverband heeft de inspecteur verzocht in te stemmen met een rechtstreeks beroep bij de rechtbank. De inspecteur heeft hiermee ingestemd en heeft de bezwaarschriften, die nu de functie van beroepschrift hebben gekregen, doorgestuurd naar de rechtbank. Blijkbaar heeft de koepelorganisatie al zoveel vooroverleg gepleegd met de Belastingdienst dat alle standpunten en de feiten duidelijk zijn, waardoor het normale traject bezwaar met horen wordt overgeslagen.

Een zelfstandig rechtspersoon wordt opgericht als een samenwerkingsverband van een aantal schoolbesturen in het basisonderwijs. In totaal zijn 86 scholen met ruim 16.500 leerlingen aangesloten. De schoolbesturen fungeren als participanten. Het samenwerkingsverband heeft (alleen) tot doel de vraag naar medewerkers en het aanbod van medewerkers te matchen. De leerkrachten zijn niet in dienst bij het samenwerkingsverband. Komt een match tot stand dan beëindigt de medewerker zijn oude dienstbetrekking en wordt in dienst genomen bij een ander schoolbestuur.

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat de koepelvrijstelling niet van toepassing is omdat:

  • de bemiddelingsactiviteiten niet rechtstreeks noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs;
  • niet vast staat dat de koepel haar kosten op een juiste wijze heeft doorbelast; en
  • de koepel in concurrentie treedt met ondernemers die personeelsbemiddelingsdiensten aanbieden.

De rechtbank onderzoekt deze drie punten <klik hier> en stelt het volgende daarover vast:

Rechtstreeks nodig

De koepel is in het leven geroepen ten behoeve van de onderwijsdoelstelling van de aangesloten scholen. Met hetgeen de koepel in beroep heeft aangevoerd, is het volgens de rechtbank aannemelijk dat de diensten van de koepel volledig zijn toegesneden op de behoeften van de leden en dat die prestaties uitsluitend aan de leden worden verricht. De voor de btw zo noodzakelijk dubbele causaliteit bij dienstverlening wordt door de rechtbank perfect geformuleerd: De leden zouden de diensten van de koepel niet afnemen als zij geen onderwijstaken zouden verzorgen en de koepel zou geen diensten aan de leden verzorgen als deze geen onderwijstaken zouden verrichten. De rechtbank concludeert dat het rechtstreeks nodig zijn, niet zover moet gaan dat het zonder de diensten van de koepel de onderwijsprestaties niet kan verrichten.

Doorbelasting van kosten

De koepel maakt de raadsheren duidelijk dat zij – met de nodige documentatie zoals jaarrekening en jaarverslag, het aantal bemiddelingsverzoeken en de rekening-courantverhouding per school – uitsluitend ieders aandeel in de gezamenlijke uitgaven heeft doorbelast.

Verstoring van concurrentieverhouding

De rechtbank neemt ons mee naar een stukje wetshistorie. In de Memorie van Toelichting (1977/78) wordt aangegeven dat het onmogelijk is – gezien de verschillende vormen van samenwerking – deze uitputtend in de wet te benoemen. De voorkeur wordt eraan gegeven de uitzonderingen nader te duiden in het besluit en in de beschikking. Op basis van dit uitgangspunt en andere aangehaalde bronnen oordeelt de rechtbank dat sprake is van een uitputtende regeling, zodat diensten die niet expliciet zijn uitgezonderd van de vrijstelling, onder de vrijstelling vallen. Nu bemiddelingsdiensten niet zijn uitgezonderd, staan zij de vrijstelling niet in de weg.

De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat in dit geval de koepelvrijstelling terecht is toegepast.

Gemeentelijke praktijk – Banenplein

In de gemeentelijke praktijk komen soms vergelijkbare structuren voor, veelal Banenpleinen genoemd. Deze activiteiten worden meestal niet in een afzonderlijke rechtspersoon ondergebracht, waardoor de koepelvrijstelling niet van toepassing kan zijn. Soms zijn andere oplossingen beschikbaar al dan niet voorzien van doorschuif-btw.

Gemeentelijke praktijk – Ambtelijke fusies

Ook al heeft de Staatssecretaris van Financien in de Tweede Kamer aangegeven dat naar zijn mening de koepelvrijstelling niet van toepassing kan zijn op ambtelijke fusies, in de rechtspraak wordt keer op keer duidelijk gemaakt dat de koepelvrijstelling een doel heeft en dat aan de vrijstellingsbepaling niet zodanige voorwaarden mogen worden verbonden dat deze feitelijk niet toepasbaar kan zijn. Naar onze mening zijn er voldoende redenen aanwezig de mening van de Staatssecretaris en het daaraan verbonden standpunt van de Belastingdienst door een rechter te laten toetsen. Wij zijn niet verrast als de koepelvrijstelling van toepassing is op de diensten van de koepel aan de leden, met uitzondering van de aangegeven activiteiten die zijn uitgezonderd van de koepelvrijstelling. Het zijn toch juist die te benoemen uitzonderingen die de koepelvrijstelling zo kenmerkend laten zijn en de noodzakelijk geachte toepassing ervan tot uitdrukking kunnen brengen? Kortom, de koepelvrijstelling is er nog steeds en het wordt tijd dat deze wordt toegepast.

Wilt u meer weten of in uw situatie de koepelvrijstelling kan worden toegepast neem contact op met Henk Zuidersma of uw EFK adviseur via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl