De btw-koepelvrijstelling helder na inventieve rente-procedure

De btw-koepelvrijstelling helder na inventieve rente-procedure

Sinds vele jaren wordt door de Staatssecretaris mist opgeworpen over de toepassing van de btw-koepelvrijstelling bij ambtelijke fusies van gemeenten. Uiteraard volgt de Belastingdienst de uitleg van de staatssecretaris, maar het Gerechtshof Den Haag biedt helderheid. Dat hiervoor een renteprocedure noodzakelijk bleek, mag inventief worden genoemd! 

De kaders

Daar waar instellingen gaan samenwerken om efficiencyvoordelen te  behalen, werkt het btw-systeem dat in beginsel tegen voor organisaties die geen btw in aftrek kunnen brengen. Juist voor deze instellingen, die btw-vrijgestelde prestaties verrichten of die handelingen verrichten waarvoor zij geen btw-ondernemer zijn (zoals overheidshandelen), is een afzonderlijke vrijstelling beschikbaar: de koepelvrijstelling. Aangezien de koepelvrijstelling juist weer nadelen opwerpt in het kader van het BTW-compensatiefonds (een vrijstelling biedt geen mogelijkheid btw op factuur in rekening te brengen), is het transparantiebesluit <klik hier> in het leven geroepen om dat nadeel te ondervangen. Tot zover de kaders en dan de praktijk.

De praktijk

De Staatssecretaris staat de koepelvrijstelling bij ambtelijke fusies niet toe. Alle bijdragen van de deelnemende gemeenten moeten in de heffing van btw, waardoor een significant deel van de btw als kostprijsverhogende btw blijft hangen en tevens alle personele uitgaven voor compensabele doeleinden van de gemeente in de heffing van btw worden betrokken en ten laste gaan van het BTW-compensatiefonds (vanwege het aangebrachte plafond in het jaar 2015) en daarmee ten laste van alle gemeenten.

Heel veel inspanningen zijn er gepleegd deze, zeker gevoelsmatig, – onterechte situatie om te buigen naar de kaders (zie hiervoor). De uitleg van de koepelvrijstelling wordt echter gedicteerd door de uitleg die het Hof van Justitie hieraan geeft. De praktijk leert dat  zowel de Staatssecretaris als de advieswereld  in dezelfde uitspraken van het Hof van Justitie bevestiging lazen van hun eigen standpunten. Op deze manier bleven de gerezen geschillen dan ook volledig in stand, tot dat het Gerechtshof Den Haag uitspraak ging doen <klik hier>.

De procedure gaat over het al dan niet vergoeden van rente over btw-bedragen die oorspronkelijk in de heffing van btw zijn betrokken over de jaren 2014-2015, maar die door een warrig standpunt van de staatssecretaris later alsnog onder de vrijstelling konden worden gebracht. Het gevolg hiervan was dat daardoor niet verrekenbare btw bij de koepelorganisatie onder toepassing van de transparantie methode toch voor compensatie bij de gemeenten in aanmerking kwamen. Uiteindelijk is er een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin werd afgezien van bezwaar en beroep en dat de rente zou worden afgewikkeld volgens het wettelijke systeem. En laat nu juist dit laatste de opening bieden, omdat lidstaten gehouden zijn rente te vergoeden die volgens de Btw-richtlijn ten onrechte in rekening worden gebracht. En daartoe rekent het gerechtshof het overgrote deel van de oorspronkelijk in rekening gebrachte btw. Immers, de koepelvrijstelling is niet van toepassing op de diensten die gemeenten afnemen voor hun btw-belaste activiteiten en de diensten die zijn uitgezonderd van de vrijstelling.

Uit de uitspraak (r.o. 2.9) valt af te leiden dat ongeveer 96,5% van de diensten van het samenwerkingsverband worden afgenomen voor de niet-economische activiteiten. Echter, er zit nog wel een verschil tussen de toepassing van de koepelvrijstelling volgens de Nederlandse wet en volgens de Btw-richtlijn. Aangezien de vergoeding van de rente alleen betrekking kan hebben op de btw-bedragen die volgens de Btw-richtlijn ten onrechte in rekening zijn gebracht, wordt 90% van de nageheven omzetbelasting geacht in strijd met het Unierecht te zijn geheven (r.o. 5.6).

De fiscale toekomst van het samenwerkingsverband

Gelet op de warrige standpunten van de Staatssecretaris in het recente verleden, kunnen wij ons voorstellen dat beroep in cassatie wordt aangetekend door de Belastingdienst. Voor de praktijk hopen wij dat de Belastingdienst inziet dat het Gerechtshof een juist oordeel heeft gegeven dat recht doet aan alle (historische) kaders voor gemeenten en voor een ieder een ”fairshare” oplevert.

Als u met ons vindt dat het Gerechtshof een juist oordeel heeft gegeven, hoeft niets u te weerhouden de koepelvrijstelling en het transparantiebesluit toe te passen op uw samenwerkingsverband voor het jaar 2022 en verder (en onder omstandigheden eventuele eerdere jaren, die nog niet onherroepelijk vaststaan). Let hierbij wel op dat berichtgeving aan de Belastingdienst over uw wijziging over het algemeen door uw klantcoördinator op prijs wordt gesteld en dat de herzieningsbepalingen een rol kunnen gaan spelen.

Hebt u nog vragen en/of opmerkingen kunt u contact opnemen met Henk Zuidersma of ons secretariaat via info@efkbelastingadviseurs.nl of 072-5350525