Belastingplannen en vennootschapsbelasting

Belastingplannen en vennootschapsbelasting

Het kabinet heeft de belastingplannen voor 2017 bekend gemaakt en deze bevatten een aantal wijzigingen in de vennootschapsbelasting en dividendbelasting. Voor gemeenten gaat het daarbij in het bijzonder om de aanpassing van de belastingtarieven, de uitbreiding van de vrijstellingen voor de dividendbelasting en een wijziging van de quasi-inbestedingsvrijstelling.

Tarieven

Het kabinet heeft een eerste aanzet gegeven tot een verlaging van de tarieven. De huidige tarieven van 20% en 25% blijven vooralsnog in stand, maar de eerste schijf waarvoor het lagere belastingtarief van 20% geldt wordt geleidelijk verhoogd tot € 350.000. De verlenging gaat via een winst van € 200.000 in 2016 en 2017 naar € 250.000 in 2018 en 2019, € 300.000 in 2020 en € 350.000 in 2021. Dit leidt tot een verlaging van de belastinglast in het geval een gemeente belastingplichtig is voor (een deel van) haar activiteiten.

Vrijstelling dividendbelasting

Aan de vennootschapsbelasting onderworpen lichamen kunnen de ingehouden dividendbelasting verrekenen met de verschuldigde vennootschapsbelasting. Niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen lichamen kunnen de ingehouden dividendbelasting terugvragen. Het kabinet wil een inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting introduceren voor deze laatste groep, waartoe ook overheidsondernemingen en dus gemeenten behoren.

Door de inhoudingsvrijstelling kan dividend vrij van dividendbelasting worden uitgekeerd aan gemeenten. Zij hoeven de dividendbelasting zodoende niet meer terug te vragen. Dat leidt tot een liquiditeitsvoordeel en lagere administratieve lasten. De gemeente kan de inspecteur verzoeken om bij voor bezwaar vatbare beschikking vast te stellen of de opbrengstgerechtigde voldoet aan alle voorwaarden.

Quasi-inbestedingsvrijstelling

Het kabinet heeft een voorstel ingediend om de quasi-inbestedingsvrijstelling aan te passen. Deze vrijstelling stelt activiteiten vrij die plaatsvinden tussen een gemeente en een 100%-deelneming of tussen 100%-deelnemingen die tot dezelfde gemeente behoren. Deze activiteiten kunnen bestaan uit het ter beschikking stellen van vermogen, zoals onroerend goed of financiering.

Het voorstel is om winsten uit het ter beschikking stellen van vermogen niet langer vrij te stellen indien degene aan wie deze vermogensbestanddelen ter beschikking worden gesteld, deze gebruikt voor (potentieel) belaste activiteiten. De wetgever beoogt hiermee misbruik te voorkomen. Misbruik is mogelijk door de vermogensbestanddelen in een vennootschap in te brengen. De vennootschap kan de goederen vervolgens ter beschikking stellen aan de gemeente. Gaat het bijvoorbeeld om onroerend goed, dan kunnen de huurpenningen ten laste van de belaste winst worden gebracht bij de huurder. Tegelijkertijd zijn de opbrengsten vrijgesteld bij de verhuurder. Op deze wijze is het mogelijk de winst (kunstmatig) te verlagen. Eenzelfde resultaat wordt ook bereikt als de vermogensbestanddelen vanuit de belaste sfeer van de gemeente aan een eigen vennootschap ter beschikking worden gesteld.

De aangekondigde anti-misbruikbepaling kan impact hebben op gemeenten met 100%-deelnemingen, ook al is er geen sprake van misbruik. De maatregel heeft een wijder bereik dan misbruik en het lijkt daarom raadzaam te onderzoeken en documenteren of er enige impact is op bestaande of geplande structuren.

Wilt u meer informatie over de VPB of specifieker in welke mate EFK Belastingadviseurs u kan ontzorgen op het gebied van de VPB-aangifte (en dat kan heel ver gaan!) neem dan contact op met Henk Roosendaal of het secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.