Belastingplan 2018

Belastingplan 2018

In het Belastingplan 2018 is een aantal wijzigingen voorgesteld in de loonheffingssfeer. Deze worden kort besproken. Ook wordt ingegaan op de wijzigingen opgenomen in het Belastingplan 2017 die per 1 januari 2018 worden ingevoerd.

Belastingplan 2018

De wijzigingen in de loonheffingen zijn beperkt en betreffen:

  1. het vervallen van de fictieve dienstbetrekking voor de niet-uitvoerende bestuurder van een beursgenoteerde vennootschap;
  2. uitbreiding van de alleenstaande ouderenkorting, waardoor de SVB deze ook mag toepassen bij een betaling van de in de Participatiewet opgenomen Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen;
  3. de berekening van de grondslag van de pseudo-eindheffing bij excessieve vertrekvergoedingen;
  4. door innovatieve starters (start-ups) aan personeel verstrekte aandelenoptierechten;
  5. het per 1 januari 2019 aanpassen van de heffingskorting voor een sommige buiten Nederland wonende werknemers.

Voor gemeenten kan alleen punt 5 consequenties hebben. Indien zij werknemers in dienst hebben die niet in Nederland maar in een andere EU lidstaat wonen, wordt vanaf 1 januari 2019 slechts rekening gehouden met dat deel van de heffingskortingen dat betrekking heeft op de arbeidskorting. Nu geldt dat voor alle heffingskortingen.

Belastingplan 2017

Op 1 januari 2017 is de Wet tegemoetkomingen loondomein in werking getreden. Deze wet bestaat uit drie soorten tegemoetkomingen. Vanaf 1 januari 2017 is ingevoerd het lage inkomensvoordeel (hierna: LIV). Per 1 januari 2018 worden ingevoerd het loonkostenvoordeel (hierna: LKV) en het jeugd lage inkomensvoordeel (jeugd LIV). De wet vervangt de premiekortingen voor arbeidsgehandicapte werknemers en oudere werknemers, die per 1 januari 2018 vervallen.

Van toepassing zijn de LKV voor:

  • de oudere medewerker;
  • de arbeidsgehandicapte medewerker;
  • de medewerker die onder de doelgroep banenafspraak valt;
  • de arbeidsgehandicapte medewerker die wordt herplaatst.

Om recht te hebben op een LKV dient de medewerker aan verschillende voorwaarden te voldoen. Voor het LKV is onder andere vereist dat de gemeente over een doelgroepverklaring voor de medewerker beschikt. Tevens dient de indicatie voor het LKV in de loonaangifte geactiveerd te worden. Zonder de indicatie wordt het LKV niet toegekend. Het recht op LKV geldt gedurende drie aaneengesloten jaren, hierop wordt in mindering gebracht de periode dat de gemeente recht had op de premiekorting. De LKV is een bedrag per uur, met een maximum van € 6.000 per jaar. Voor de medewerker die onder de doelgroep banenafspraak valt geldt een maximum van € 2.000 per jaar.

Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een jeugd LIV voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar. De jeugd LIV compenseert de verhoging van het minimumloon voor werknemers. Voor werknemer van 22 jaar en ouder geldt het reguliere per 1 januari 2017 reeds van toepassing zijnde LIV.

Belang voor de gemeente

Om in aanmerking te komen voor de per 1 januari 2018 van kracht zijnde LKV dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. Wij adviseren gemeenten hiermee rekening te houden, zodat wordt voorkomen dat rechten verloren gaan.

Mocht u vragen hebben over de LIV, de LKV of de jeugd LIV neemt u dan contact op met Ton van der Fits of ons secretariaat op info@efkbelastingadviseurs.nl of 072 5350525.