Ambtelijke fusies, de laatste ontwikkelingen

Ambtelijke fusies, de laatste ontwikkelingen

Kamerleden Schouten en Segers hebben de staatssecretaris van Financiën en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vragen gesteld over de btw-plicht van gemeenten bij ambtelijke fusies. Naar aanleiding van ontwikkelingen op Europees niveau heeft de staatssecretaris zich bereid verklaard de koepelvrijstelling ruimer toe te passen.

Als gemeenten een ambtelijke fusie aangaan ontstaan altijd fiscale aandachtspunten en soms zelfs problemen. In de situatie dat het ambtelijk apparaat volledig of gedeeltelijk wordt ondergebracht in een andere rechtspersoon, heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat de koepelvrijstelling toepassing mist. De vrijstelling kan onder voorwaarden alleen worden toegepast op de diensten van de fusieorganisatie voor zover de gemeente deze diensten afneemt als overheid of als ondernemer met vrijgestelde prestaties. Voor zover de diensten worden gebruikt voor het deel waarvoor de gemeente btw-ondernemer is, mist de vrijstelling toepassing. Omdat de fusieorganisatie de activiteiten in de regel niet eenvoudig kan splitsen, moet in de visie van de Belastingdienst alles in de heffing van btw worden betrokken. Dat leidt niet alleen tot een grotere belasting van het BTW-compensatiefonds, maar ook tot hogere kosten bij de gemeenten. Want voor het deel waarvoor zij geen recht op verrekening van btw of compensatie hebben, blijft de btw als kostenverhogend hangen.

De staatssecretaris heeft op 15 februari 2016 op de vragen van de Kamerleden het navolgende geantwoord <klik hier>.

‘In 2015 is in Europees verband, namelijk in het btw-comité, volop gesproken over de reikwijdte van de koepelvrijstelling. Deze overleggen hebben inmiddels tot een succesvolle uitkomst geleid. De Europese Commissie heeft zich namelijk onverwacht en duidelijk uitgesproken voor een ruimere toepassing van de koepelvrijstelling dan onder meer in Nederland het geval is. Deze ruimte benut ik graag. Dit betekent dat de koepelvrijstelling voor de dienstverlening van de fusieorganisatie geldt als de dienst van de fusieorganisatie hoofdzakelijk (voor 70% of meer) wordt gebruikt door de deelnemende gemeenten voor onbelaste overheidsactiviteiten of vrijgestelde activiteiten. Daarmee is de btw-problematiek van gemeentelijke samenwerking in de vorm van een fusieorganisatie vrijwel geheel opgelost’.

In de brief aan de VNG merkt de staatssecretaris het volgende op <klik hier>.

‘In de praktijk van alledag betekent dit dat de fusieorganisatie een volledige btw-vrijstelling toepast op haar dienst aan de deelnemende gemeenten. Deze gemeenten voldoen namelijk allemaal aan die eis van 70% of meer en nemen ieder voor zich één totaaldienst van de fusieorganisatie af, die niet wordt gesplitst in verschillende onderdelen’.

Verder kunnen gemeenten de transparantiemethode toepassen voor de btw die aan de koepel in rekening is gebracht. Deze btw wordt door de koepel (fusieorganisatie) doorgeschoven naar de deelnemende gemeenten conform de eisen die zijn opgenomen in paragraaf 3.2 van het Besluit Omzetbelasting en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Er komt een beleidsbesluit waarin de beleidswijziging verder wordt uitgewerkt. Hopelijk wordt dan aangegeven waarop het percentage van 70% is gebaseerd. In onze visie is dat percentage namelijk arbitrair.

Aan het besluit komt ambtshalve geen terugwerkende kracht toe. Organisaties die btw hebben berekend maar niet tijdig bezwaar hebben aangetekend, kunnen volgens de staatssecretaris voor het verleden niets meer terugvragen.

Als de fusieorganisatie één totaaldienst verricht die niet wordt gesplitst in verschillende onderdelen, mag over het geheel de vrijstelling worden toegepast. Dus ook voor het deel dat betrekking heeft op de diensten die de gemeenten btw-belast verrichten. De vraag is of de gemeenten alle btw die de fusieorganisatie zelf moet voldoen aan derden, via de doorschuifmethode kunnen compenseren. Wij zijn benieuwd wat het besluit daarover vermeldt.

Als de btw voor de belaste prestaties van de gemeenten niet kan worden verrekend op aangifte, maar ook niet via de doorschuifmethode mag worden gecompenseerd, ontstaat alsnog een btw-nadeel bij de gemeenten. En met name de gemeenten met een hoog percentage btw-belaste omzet zijn daarvan de dupe. Wij zijn benieuwd of de staatssecretaris dit aspect op voorhand oplost of dat gemeenten dit nadeel via gerechtelijke procedures dienen te bevechten.

Standpunt EFK Belastingadviseurs

Ondanks de beweging van de staatssecretaris in de goede richting blijven wij bij ons standpunt dat een koepelorganisatie de vrijstelling gedeeltelijk moet kunnen toepassen. Splitsing van de dienstverlening in een vrijgesteld deel (diensten voor de gemeenten als overheid en ondernemer met vrijgestelde prestaties) en een belast deel (diensten voor de gemeenten als ondernemer met belaste prestaties) is in onze visie de juiste methodiek. Het is goed mogelijk afzonderlijke diensten (in plaats van één totaaldienst) overeen te komen en deze moeten in beginsel afzonderlijk worden beoordeeld. En gelet op het feit dat vrijstellingen in de btw beperkt moeten worden uitgelegd, past deze methodiek ook in het systeem van de btw.

Wilt u meer weten over de fiscale gevolgen van een ambtelijke fusie? Neemt u contact op met mr. Andrea Joore via info@efkbelastingadviseurs.nl of ons secretariaat via 072-5350525.