Afval en btw – deel 8

Afval en btw – deel 8

Deze week zullen alle gemeenten in Nederland via hun klantcoördinator een brief van de Belastingdienst ontvangen over dit inmiddels zeer bijzondere onderwerp. De brief gaat in op de eventuele gevolgen van het op 1 juli 2020 van kracht geworden besluit gescheiden inzameling huishoudelijk afval. Volgens de Belastingdienst is de brief tot stand gekomen naar aanleiding van diverse besprekingen met de VNG en Stichting Afvalfonds.

Uit de brief <klik hier> (bron: www.vng.nl) blijkt het navolgende:

  1. De Belastingdienst bevestigt uitgebreid het standpunt van het ministerie van Financiën, zoals verwoord in de brief van 12 november 2019;
  2. Het Besluit gescheiden afvalinzameling huishoudelijk afval van 1 juli 2020 brengt hierin geen verandering;
  3. Ook de gesloten ketenovereenkomst verpakkingen 2020-2029, met een uitvoerige beschrijving van de keuzes:
    1. Voortzetting van het keten regiemodel tot uiterlijk 1 januari 2023;
    2. Bronscheiding; en
    3. Nascheiding

brengt hierin geen verandering.

Het standpunt van de Belastingdienst blijft dat gemeenten:

  • De wettelijke taak hebben zorg te dragen voor het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval;
  • een taak overnemen van de verpakkingsindustrie;
  • zowel bij voortzetting van het ketenregiemodel, als bij bronscheiding en nascheiding een dienst tegen vergoeding verrichten die in rechtstreeks verband staat tot de prestatie;
  • een economische activiteit verrichten;
  • wat betreft deze activiteit niet als overheid handelen. voor het al dan niet gescheiden inzamelen van PMD geen wettelijke verplichting hebben, zodat  om die reden geen sprake kan zijn van overheidshandelen;
  • bij een kostenefficiënte inzameling van PMD geen wettelijke taak uitvoeren en dat de daarvoor ontvangen vergoeding van Nedvang eveneens onderworpen is aan de heffing van btw.

 

Redactioneel commentaar

Als het ministerie van Financiën, en naar nu blijkt ook de Belastingdienst, eenmaal hebben geoordeeld dat gemeenten een vergoeding hebben ontvangen van de verpakkingsindustrie (Nedvang) dan zal er wel een (btw-)prestatie tegenover staan. Wij constateren dat de woorden taak en verantwoordelijkheid door elkaar worden gehaald. Wij missen in dit kader het gegeven dat de verpakkingsindustrie – gelet op haar producentenverantwoordelijkheid – gehouden is een robuuste financiering tot stand te brengen om de kosten te lenigen van degenen die feitelijk het afval inzamelen (de gemeenten). Deze co-financiering, die een aantal administratieve voorwaarden kent alsmede kwaliteitseisen stelt aan het afval, laat naar onze mening geen ruimte te stellen dat sprake is van een prestatie aan de verpakkingsindustrie.

Wat ons opvalt, is dat de Belastingdienst zich op het standpunt stelt dat “het al dan niet gescheiden inzamelen van PMD niet tot de wettelijke verplichting van Gemeenten behoort” en dus niet als overheidshandelen kan worden aangemerkt. Tot nu toe heeft de Belastingdienst zich altijd op het standpunt gesteld dat het inzamelen van huishoudelijk afval, waar toch ook het PMD onder valt, als een overheidstaak kwalificeert. Dit is met name opvallend omdat de Belastingdienst in de brief van 2 juli 2020 <klik hier> heeft aangegeven dat het ophalen van huishoudelijk afval een overheidstaak is.

Gemeenten worden niet alleen geconfronteerd met een aanzienlijke administratieve last en kosten, maar moeten ook aanzienlijke bedragen aan belastingrente betalen.
Naar onze mening zijn er meerdere argumenten aanwezig het standpunt van de Belastingdienst aan te vechten. Naast de belastingrentebeschikking dienen ook de gevolgen voor de hoogte van het vaststellen van het tarief afvalstoffenheffing van de gemeente te worden meegewogen. Inmiddels hebben meer dan vijfentwintig gemeenten EFK de opdracht gegeven voor hen te gaan procederen. Wilt u dat wij ook voor uw gemeente tegen gunstige tarieven de naheffingsaanslagen 2015-2019 en de nieuwe bcf-beschikkingen 2015-2019 bestrijden, neem dan contact op met EFK Belastingadviseurs via 072-5350525 of stuur een mail bericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl

Gelet op het einde van de brief van de Belastingdienst, houdt zij er overigens rekening mee dat het door haar ingenomen standpunt kan worden gewijzigd door nieuwe jurisprudentie. In dat geval wordt het standpunt, zoals verwoord in de brief van de Belastingdienst, geacht te zijn achterhaald en kunnen gemeenten geen in rechte te honoreren vertrouwen eraan ontlenen. De Belastingdienst weet dat meerdere gemeenten graag een rechterlijk oordeel willen over de mening van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën. Het blijft ten slotte toch een vorm van belastingheffing met terugwerkende kracht als eind 2019 het bericht wordt afgegeven dat gemeenten in 2015 al een factuur met btw hadden moeten sturen, terwijl alle gemeenten tot en met 11 november 2019 zich van geen (btw)-kwaad bewust zijn geweest. Dit had veel eleganter kunnen worden opgelost, maar ja daar is niet voor gekozen…