Afval en btw; Weg ermee?

Afval en btw; Weg ermee?

Het ministerie van Financiën (hierna: het MvF) heeft op 12 november 2019 een brief gezonden <klik hier> aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG) over de btw-aspecten die samenhangen met het inzamelen van (zwerf)afval. Schijnbaar had de VNG over de problematiek vragen gesteld. De uitwerking van de btw-aspecten van met name het verpakkingsafval heeft ons verbaasd. Zeker als de problematiek voor de btw wordt vergeleken met die van de vpb.

Voor de heffing van btw onderkent het MvF voor het verpakkende bedrijfsleven en de gemeenten een verplichting. Als gevolg van de namens het verpakkend bedrijfsleven opgelegde verplichting draagt de Stichting Afvalfonds (hierna: Afvalfonds) financieel bij in de verplichting van de gemeenten huishoudelijk afval in te zamelen. De bijdrage wordt gegeven omdat gemeenten gescheiden inzamelen, sorteren en hierover rapporteren. Let op: het gaat bij het inzamelen om het door een hogere wetgever bij wet aan de gemeenten opgedragen taak over te gaan tot het inzamelen van huishoudelijk afval. De wijze waarop de gemeente dit doet is van geen belang, ware het niet dat voor groente, fruit- en tuinafval dit gescheiden dient te geschieden. Het om welke reden dan ook – bijvoorbeeld omdat de gemeente het milieu ( technisch) belang voor de samenleving voorop stelt – veranderen van de wijze van inzamelen, verandert nog niet de opgelegde taak/plicht tot het inzamelen.

Ofwel de opgelegde overheidstaak verandert niet door de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het inzamelen, dus ook niet door gescheiden in te zamelen. Afvalfonds geeft een bijdrage in de verplichting die een gemeente heeft als overheid. Dat zij met die bijdrage dichter bij haar eigen doel van de haar opgelegde verplichting komt, maakt niet dat de gemeenten een dienst verricht jegens het Afvalfonds. De verplichting tot inzamelen vloeit voor gemeenten voort uit de wet en komt niet voort uit een overeenkomst met het Afvalfonds. De bijdrage van het Afvalfonds blijft een bijdrage in het overheidshandelen van gemeenten.

Dit is niet anders dan de bijdragen van particulieren voor bepaalde voorzieningen in het openbaar gebied, bijvoorbeeld voor extra parkeerplaatsen, het verbreden van een weg zodat een bedrijf beter toegankelijk wordt voor vrachtverkeer enzovoorts. In dit kader vragen wij ons af of het MvF bekend is met de Raamovereenkomst tussen I&M, het verpakkende bedrijfsleven en de VNG over de aanpak van de dossiers verpakkingen en zwerfafval voor de jaren 2013 t/m 2022. Daarin wordt aan het verpakkende bedrijfsleven aangegeven zorg te dragen voor een robuust en toereikend financieringsstelsel dat voorziet in een fonds, toereikend genoeg voor de onderhavige activiteiten waarop de overeenkomst ziet.

De uitleg van het MvF over de btw-aspecten is ‘bijzonder’ als men kennis neemt van de uitleg bij de problematiek door de Belastingdienst neergelegd in een vaststellingsovereenkomst met gemeenten voor de heffing van vennootschapsbelasting. Wij citeren: “Zowel de afvalstoffenheffing als de bijdragen afkomstig van Stichting Afvalfonds Verpakkingen behoren tot de activiteit ‘inzameling van huishoudelijk afval’, waarmee niet wordt deelgenomen aan het economisch verkeer. Ten aanzien van deze opbrengsten geldt dat deze worden ontvangen voor de uitvoering van de wettelijke inzameltaak die primair plaatsvindt met het oog op het belang voor de samenleving en niet vanwege de private belangen van individuele burgers/bedrijven. Er is derhalve geen sprake van een af te zonderen prestatie aan een individuele afnemer tegen een daarop betrekking hebbende prijs.”

De Belastingdienst zegt zelf dat met het inzamelen, dan wel de wijze van inzamelen waartoe het scheiden behoort, niet wordt deelgenomen aan het economisch verkeer en de opbrengsten inclusief die van het Afvalfonds worden ontvangen voor het uitvoeren van de wettelijke inzameltaak. Met andere woorden: geen deelname aan het economische verkeer betekent dat geen economische activiteit wordt verricht en zonder deze laatste kan geen sprake zijn van btw-heffing.

Het MvF legt voor het door haar ingenomen standpunt ook nog even uit hoe moet worden omgegaan met het verleden. Het standpunt van het MvF geldt voor het verleden, tenzij de Belastingdienst aangaf dat het anders was, dan geldt dat laatste standpunt nu niet meer.

Gemeentelijke praktijk

Allemaal mooi en aardig, maar heeft het MvF zich gerealiseerd dat haar standpunt wel eens invloed kan hebben op de door de gemeente in dit kader gehanteerde tarieven naar haar burgers? EFK Belastingadviseurs streeft in haar advisering naar een integrale benadering van de verschillende belastingmiddelen en de flankerende maatregelen. Het zou het MvF sieren hier wat meer aandacht te besteden aan deze benadering. In ieder geval achten wij het raadzaam dat u als gemeente zich voor de btw niet zonder meer conformeert aan het door het MvF ingenomen standpunt. U hebt namelijk mogelijkheden dit aan de rechter voor te leggen.

Echter bedenkt u eerst wel dat het standpunt nog niet zo gek hoeft te zijn. Want opeens komt alle btw toerekenbaar aan de scheiding en – afhankelijk van de wijze van inzameling – ook toerekenbaar aan de inzameling voor aftrek in aanmerking en hoeft u als samenstel van alle gemeenten opeens voor dit onderdeel geen beslag meer te doen op het BTW-compensatiefonds. Wilt u meer weten neemt u dan contact op met uw EFK-adviseur of mr. Dick Visser via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl .