Wet Markt en Overheid

De Wet Markt en Overheid is een uitbreiding van de Mededingingswet en geldt voor publiekrechtelijke rechtspersonen en Zelfstandige Bestuursorganen. De wetgeving is onder druk van de Europese Commissie tot stand gekomen en heeft het oog op de concurrentieverhoudingen. Hoewel geen Rijksbelasting, raakt de Wet Markt en Overheid met het begrippenkader de bij overheden van belang zijnde belastingmiddelen.

Bedoeling Wet Markt en Overheid

Nogal wat publiekrechtelijke rechtspersonen verrichten naast overheidsactiviteiten ook economische activiteiten. Gemeenten verrichten tal van economische activiteiten die in de markt ook door andere partijen worden aangeboden. Denk alleen maar aan de verhuur van onroerende zaken of delen daarvan, het verwerken van de salarisadministratie voor een geprivatiseerd museum, de inzet van stadswachten ter beveiliging van een bedrijventerrein, de exploitatie van parkeergarages, de exploitatie van horecagelegenheden, de exploitatie van jachthavens en campings, de exploitatie van sportaccommodaties. De Wet Markt en Overheid beoogt te voorkomen dat overheidslichamen de markt oneerlijke concurrentie aan doen doordat zij hun economische activiteiten deels bekostigen uit overheidsmiddelen. De Wet Markt en Overheid moet ertoe bijdragen dat tussen overheden en marktpartijen een zogenoemd ‘level playing field’ ontstaat, gelijk het doel van de invoering van vennootschapsbelastingplicht voor overheidslichamen.

Spel-/gedragsregels

De Wet Markt en Overheid voert hiertoe een viertal spelregels in waaraan overheden zich bij de uitvoering van economische activiteiten hebben te houden:

  1. Het doorberekenen van de ing integrale kostprijs. Aan afnemers dient minstens de integrale kostprijs in rekening te worden gebracht.
  2. Het bevoordelingsverbod. Overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende bedrijven, bijvoorbeeld door een gunstige financiering aan te bieden.
  3. Het gegevensgebruik. Als voor activiteiten gegevens worden gebruikt, die de overheidsinstelling op grond van haar publieke taak onder zich heeft, moet zij deze desgevraagd ook aan particuliere ondernemers ter beschikking kunnen stellen.
  4. De functiescheiding. Als de overheidsinstantie tegelijkertijd een economische activiteit uitvoert en daarop toezicht moet houden, mogen de taken niet in één functie zijn verenigd.

 

De meest ingrijpende en daardoor belangrijkste gedragsregel is dat overheden de integrale kostprijs in rekening moeten brengen. Voor de berekening daarvan mogen zij aansluiten bij de voor hun gangbare waarderings- en resultaatbepalingsgrondslagen. Overigens bestaat de mogelijkheid afnemers te subsidiëren die de integrale kostprijs niet kunnen betalen. De subsidiering moet echter wel een publiekrechtelijke grondslag hebben, ofwel de subsidiebeschikking moet zijn gebaseerd op een subsidieverordening. De subsidiering heeft legitimiteit en de raad kan de besteding van gelden controleren. Iedere marktdeelnemer kan op deze wijze bepalen of ook hij recht heeft op een subsidie.

Voor sommige activiteiten bestaat de mogelijkheid niet de integrale kostprijs in rekening te brengen. Het bekendste voorbeeld daarvan zijn binnen- en buitensportaccommodaties. Daarvan mag veelal worden aangenomen dat de gemeente ze in het algemeen belang exploiteert. Als de gemeente constateert dat zij voor een economische activiteit niet de integrale kostprijs doorberekent en zij meent dat de activiteit in het algemeen belang wordt verricht, dan kan de activiteit onder een ‘algemeen-belang-besluit’ worden gebracht. Dat heeft tot gevolg dat de gemeente deze activiteit onverminderd tegen een prijs lager dan de integrale kostprijs mag blijven verrichten. Het algemeen-belang-besluit moet vooraf ter inzage worden gelegd en zodanig concreet zijn in haar aanwijzingen dat daartegen bezwaar en beroep open staat.

Toezichthouder

De Autoriteit Consument en Markt fungeert als toezichthouder (waakhond). Zij kan klachten van ondernemers in behandeling nemen en een activiteit benoemen als strijdig met de wet. Teneinde te kunnen handhaven kan de ACM een dwangsom opleggen voor iedere dag dat een overheid in gebreke blijft met de naleving van de bepalingen van de Wet Markt en Overheid in een concreet geval. De ACM kan ook op eigen initiatief optreden.

Wat kunnen wij voor u doen

EFK Belastingadviseurs toetst de naleving en juiste toepassing van de bepalingen van de Wet Markt en Overheid. In dat geval inventariseren wij de economische activiteiten en beoordelen of daarvoor de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht. Als dat niet het geval is bekijken we met u of de activiteit(en) onder een ‘algemeen-belang-besluit’ kan worden gebracht dan wel of de prijs (met flankerende maatregelen) kan worden verhoogd tot het niveau van de integrale kostprijs.

Twitter LinkedIn Facebook Print page Send 2 friend

Wet Markt en Overheid

Neem contact op met ons op via telefoonnummer
072-5350525
klik hier

De intergrale kostprijs voor de Wet Markt en Overheid is dezelfde als voor de VPB

De integrale kostprijs voor de Wet Markt en Overheid is dezelfde als voor de VPB?
pixel
Verstuur