De fiets en loonheffing

De fiets en loonheffing

De fiets en loonheffing

Wat is aangenamer dan fietsend naar het werk? Gezond en duurzaam bezig zijn en ook genieten van fiscale voordelen. In dit artikel worden de diverse varianten met betrekking tot de fiets besproken.

In april 2018 hebben wij reeds aandacht besteed aan de fiscale gevolgen van een door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gestelde fiets <klik hier>. Toentertijd was nog niet duidelijk hoe de fiscale regeling exact zou gaan luiden. Inmiddels is bekend dat met ingang van 1 januari 2020 artikel 13 wordt opgenomen in de Wet op de loonbelasting 1964.

Ter beschikking gestelde fiets

Kern van het artikel is dat indien ook voor privé doeleinden een fiets aan de werknemer ter beschikking is gesteld het voordeel op kalenderjaarbasis wordt gesteld op 7% van de waarde van de fiets, de fiscale bijtelling. De waarde van de fiets is de door de fabrikant vastgestelde consumentenprijs. De regeling geldt ook voor de elektrische fiets, alsmede voor de bromfiets indien deze mede wordt aangedreven door menselijke spierkracht en is voorzien van een elektromotor.

De fiets wordt in ieder geval geacht voor privé doeleinden ter beschikking te zijn gesteld indien de fiets ook voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Een door de werknemer aan de werkgever betaalde eigen bijdrage voor het privé gebruik wordt op de fiscale bijtelling in mindering gebracht. De bijtelling kan echter nimmer negatief zijn. Anders dan bij de ter beschikking gestelde auto van de zaak kan de fiscale bijtelling vanwege de fiets worden aangewezen als eindheffingsloon. De bijtelling komt dan ten laste van de vrije ruimte. Bij het overschrijden van de vrije ruimte is de werkgever in dat geval 80% eindheffing verschuldigd.

In tegenstelling tot de vergoede of verstrekte fiets blijft de ter beschikking gestelde fiets eigendom van de werkgever. In dat geval geniet de werknemer vervoer vanwege de werkgever en komt niet in aanmerking voor de onbelaste reiskostenvergoeding. Hierbij maakt het niet uit of de werkgever de ter beschikking gestelde fiets zelf heeft aangeschaft of least van een derde.

Vergoeding voor of verstrekking van de fiets

Bij vergoeden of verstrekken van de fiets is/wordt de werknemer eigenaar. Dit betekent dat de werkgever aan de werknemer ook een onbelaste vergoeding per zakelijk gereden kilometer kan betalen. De vergoeding voor zakelijke kilometers, woon-werkverkeer kilometers daaronder begrepen, is tot € 0,19 per kilometer gericht vrijgesteld, dus effectief onbelast. Bij een hogere kilometervergoeding is ook het bovenmatige deel effectief onbelast indien en voor zover de vrije ruimte niet wordt overschreden. Bij overschrijding van de vrije ruimte is de werkgever over het bovenmatige deel 80% eindheffing verschuldigd. Indien de werkgever geen reiskosten vergoedt, maar de werknemer hiervoor wel het IKB kan inzetten, is de vergoeding tot € 0,19 per kilometer voor de werkgever budgetneutraal. De werknemer geniet in dat geval over de vergoeding een fiscaal voordeel, immers een deel van het bruto loon wordt ingeruild voor een onbelaste (netto) vergoeding.

Ook indien de werknemer in privé een fiets aanschaft, dan wel least kan de werkgever een gericht vrijstelde kilometervergoeding betalen.

Welke regeling is voordelig en voor wie

Om te kunnen bepalen of het voor de werkgever, voor de werknemer dan wel voor beiden voordeliger is de fiets ter beschikking te stellen in plaats van de fiets te vergoeden of te verstrekken speelt een aantal elementen een rol. Het gaat hierbij onder andere om de mate van de inzet van het IKB, het marginale belastingtarief van de werknemer, de beschikbare vrije ruimte binnen de werkkostenregeling, de waarde van de fiets, de reisafstand woon-werkverkeer, het aantal reisdagen per jaar en de btw.

Vanwege deze variabelen kan niet eenduidig een standpunt worden ingenomen, maar dient op individuele basis een berekening te worden gemaakt.

Belang voor de gemeente

Het is van belang dat de gemeente bij de keuze of en in welke mate de reisregeling naar aanleiding van de wetswijziging per 1 januari 2020 dient te worden aangepast zich bewust is van de diverse elementen die hierbij een rol spelen. Het gaat bijvoorbeeld om de mate van de inzet van het IKB, het marginale belastingtarief van de werknemer, de beschikbare vrije ruimte binnen de werkkostenregeling, de waarde van de fiets, de reisafstand woon-werkverkeer, het aantal forfaitaire dan wel werkelijke reisdagen per jaar, maar zeker ook de wijze waarop de gemeente invulling wil geven aan  duurzaamheid en daarmee samenhangende kosten.

Vanwege bovengenoemde varianten waarbij naast kosten ook duurzaamheid een rol speelt dient om een goede keuze te kunnen maken zowel op collectieve als op individuele basis berekeningen te worden gemaakt, waarbij ik de gemeente van dienst kan zijn.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Ton van der Fits van ons kantoor. U kunt hem bereiken op 072 5350525 dan wel per e-mail info@efkbelastingadviseurs.nl.